Cyclefit meetsysteem

Voor het opmeten en het verkrijgen van een afstel advies wordt er gebruik gemaakt van het cyclefit meetsysteem.

De basis voor een correcte positie op de fiets is het precies en nauwkeurig meten van een aantal lichaamsmaten. Cyclefit gebruikt een aantal specifieke gereedschappen om de maten op een correcte en eenduidige wijze te bepalen.


Een Cyclefit meting bestaat uit 6 maatbepalingen

1. De kruishoogte

Ook wel binnenbeenlengte genoemd, wordt gemeten vanaf de grond tot aan de onderkant van het kruis (het schaambeen).

foto staan

 

2. Dijbeenlengte

De fietser neemt plaats op het Cyclefit-krukje voor het meten van de lengte van dijbeen en romp.

foto zit

3. De romplengte

De romplengte wordt bepaald door de afstand te meten tussen de zitting van het krukje en het punt (kuiltje) waar de twee sleutelbenen met het borstbeen samenkomen.

foto romp

4. Armlengte

Voor het meten van de armlengte, schouderbreedte en voetlengte staat de fietser rechtop. 

foto arm

5. Schouderbreedte

De schouderbreedte wordt gemeten door de afstand te bepalen tussen de buitenzijden van de schouders. 

foto schouder

6. Voetlengte

Tenslotte wordt de voetlengte gemeten. Dit is de afstand tussen de achterkant van de hiel (het hielbeen) en de voorkant van de langste teen.

foto voet
Naast deze lichaamsmaten worden voor elke meting een aantal andere variabelen ingegeven, het gaat dan om, geslacht, soort fiets, niveau, pedaalsysteem,  lengte van het zadel.

logo cyclefit